Soja en prostaat: de bakens gezet

08/12/2003
Article

Na longkanker heeft prostaatkanker de hoogste mortaliteit bij mannen in West Europa. In Azië daarentegen is het aantal sterfgevallen als gevolg van prostaatkanker zeer laag. Studies waarin de migratie tussen Japan en de Verenigde Staten onderzocht werd, tonen aan dat deze toestand niet kan verklaard worden door de genetische verschillen tussen de twee populaties. Een eigenaardige vaststelling: Japanse mannen krijgen ook prostaatkanker, maar de aandoening stagneert tot op een bepaald niveau. Of anders gezegd: een Japanner sterft met, en niet van, zijn prostaatkanker… Epidemiologisch kan dit fenomeen voor een deel verklaard worden door de verschillen in eetgewoontes. Soja maakt immers een belangrijk onderdeel uit van de dagelijkse voeding van de Aziaat.

Van soja tot hormonen

Soja is een uitstekende bron van isoflavonen, met vooral genisteïne als belangrijkste vertegenwoordiger maar ook daïdezeïne en glyciteïne zijn er goed in vertegenwoordigd. Slechts een deel van deze foto-oestrogenen wordt door de darm opgenomen. De rest wordt door de intestinale flora omgezet tot equol, een bijzonder krachtig metaboliet. 
Deze bestanddelen oefenen een - weliswaar geringe - agonistische en antagonistische werking uit op de androgene receptoren bij de man. Talrijke in vitro studies tonen aan dat genisteïne (het belangrijkste en meest actieve isoflavoon in soja) in staat is de ontwikkeling van menselijke prostaatkankercellen te remmen. De pseudohormonale hypothese blijkt stand te houden in de carcinogenese, maar dit is niet de enige denkpiste (1). De tumorale remming door het genisteïne is vermoedelijk ook het gevolg van een modulatie van de genen betrokken bij de cellulaire cyclus en de apoptose. Andere werken suggereren dat genisteïne de ontwikkeling van het NG-kappa B zou belemmeren, waarvan aangenomen wordt dat het instaat voor het homeostatisch evenwicht tussen cellulair leven en cellulaire dood (apoptose). Als kroon op het werk: genisteïne is ook nog een krachtig antioxidant en een potentiële remmer van angiogenese en metastasen. Een prangende vraag: waarom is soja dan nog niet verheven tot wondermiddel ter preventie en behandeling van prostaatkanker?

Nog geen zekerheid

Vooreerst beschikt men tot op heden over onvoldoende gegevens en ervaring bij de mens om definitieve conclusies te trekken. Het is pas in 2004-2005 dat de eerste gegevens van de meest grootschalige studie in verband met prostaatkanker ooit opgezet (de Prostate Cancer Prevention Trial in de Verenigde Staten) ter beschikking zullen komen. In het voordeel van soja? Later zal ook de SELECT interventie studie (Selenium and Vitamine E Cancer Prevention Trial) een oordeel kunnen vellen. Misschien zullen uit de resultaten van deze onderzoeken aanbevelingen geformuleerd worden of komen er synergetische werkingsmechanismen aan het licht …

Andere struikelblok: de biobeschikbaarheid van isoflavonen. Het onderwerp is nog zeer gevoelig. Ieder isoflavoon is aan een suiker gekoppeld waardoor een glycoside wordt gevormd. De intestinale hydrolyse van deze verbinding, waardoor aglycon vrijkomt, verloopt maar gedeeltelijk en een aanzienlijk deel van de isoflavonen komt in het colon terecht waar het gefermenteerd wordt, voornamelijk tot equol en daïdzeïne. Juist daar wringt het schoentje: equol bezit dezelfde oestrogene werking (met name antiandragene eigenschappen) als de isoflavonen, maar is daarenboven een veel sterker antioxidant. Waarin schuilt het probleem? Slechts 30 % van de bevolking maakt voldoende equol aan (2) aldus Dr Setchell, Cincinnati Children's Hospital, spreker van het recent gehouden, en eerste, Internationaal Symposium omtrent polyfenolen (2). Het onderscheid tussen “goede en slechte” aanmakers van equol verklaart voor een deel de dwalingen die in bepaalde studies worden gemaakt aangaande de ontdekking van de beschermende eigenschappen van soja voor de prostaat.

Meer dan homeopatische dosissen

Tot slot is de hoeveelheid ingenomen isoflavonen uit soja belangrijk. Iedere sojaboon bevat 1.2 tot 3.8 mg isoflavonen per gram, de aanwezige hoeveelheid verschilt naargelang de soort, de teeltwijze en het seizoen. De gecommercialiseerde producten op basis van soja (‘sojamelk', soja nagerecht, …) bevatten ongeveer 2.2 tot 3.3 mg isoflavonen per gram eiwit. De blootstelling aan isoflavonen van de Aziatische bevolking is dermate dat soms isoflavonenconcentraties in het bloed vastgesteld worden die 10.000 maar hoger zijn dan die van oestrogenen of androgenen… Hoe is die werking te verklaren? 
Uit onderzoek blijkt dat de blootstelling van isoflavonen onder de Aziatische bevolking zich situeert tussen 50 en 150 mg per dag. Omgerekend komt dit bijvoorbeeld overeen met de inname van de aanzienlijke hoeveelheid van zowat 1200 ml ‘sojamelk' per dag. Dit verklaart waarom meer en meer studies aansturen op supplementatie. Blijft de vraag natuurlijk of dit even doeltreffend is als de toverstokjes….

Nicolas Rousseau, 
Diëtist Nutritionist

Bronnen 
(1) Sarkar FH et al. Cancer Invest. 2003 ;21(5) :744-57 
(2) 1st International Conference on Polyphenols and Health. Vichy, France. 18-21 novembre 2003.




http://nutriphyto.be/

Recherche



Dernières publications


Livres


Inscription à notre newsletter